profile  |  contact  |  about this site
 
Monique Thomaes: textcollections

Johann Pas

BESPIEGELINGEN (.) bij The Intimacy of Space

 

I. Gebouw, geheugen, geschiedenis

Architectuur is nooit decor. Gebouwen grijpen in op onze manier van doen en denken. Ruimtes bepalen onze interacties en onze motoriek. Tegelijkertijd vormt een gebouw het geheugen van de talloze gebeurtenissen die er plaatsvonden. Het draagt de sporen van ideeën en ideologieën, van ontmoetingen en conflicten. Elk gebouw is dan ook geschiedenis; alle architectuur is, bedoeld of onbedoeld, archief. Wanneer kunst plaats vindt in een gebouw, is dit nooit vrijblijvend. Een oud pand bevat de echo’s van het verleden, een nieuw de hoop voor een toekomst. Het kunstwerk treedt dus niet alleen in dialoog met stenen en structuren, maar ook met ideeën en verlangens. De kunstenaar die kiest voor een ‘geïntegreerde’ aanpak, moet dan ook gevoelig zijn voor de talloze zichtbare en onzichtbare processen die zich op de gekozen locatie manifesteren. Daarom is kunst in situ in diverse opzichten complexer dan een artistieke praktijk die zich beperkt tot het traject atelier-galerie-verzameling. Het geïntegreerde kunstwerk treedt immers niet alleen in interactie met het gebouw en zijn geschiedenis/toekomst, maar ook met de gebruikers, de bezoekers of de bewoners. En ook zij importeren ideeën, wensen en verlangens. Het kunstwerk wordt dan een (tijdelijke of permanente) zone waar de drie –gebouw, publiek, kunstenaar- elkaar ontmoeten. En die ontmoeting kan een confrontatie zijn, of een conflict, maar evenzeer conversatie of contact. In het slechtste geval ontspringt aan deze ontmoeting enkel frustratie of decoratie. In het beste geval ontstaat er een vorm van ‘wrijving’ die de betrokkenen inzicht in zichzelf en elkaar verschaft. Monique Thomaes (°1942) is beslagen in dit soort interacties. Sinds de late jaren tachtig heeft haar sculpturale praktijk zich geleidelijk aan ontwikkeld tot een architecturale.

II. Sculpuur, architectuur, partituur

Thomaes’ neo-minimalistische werken van staal, hout en glas uit 1990 ‘leunden’ al tegen de wand of interageerden al met de vloeroppervlakte. De ruimte werd er in weerkaatst. Hun vormentaal refereerde aan constructies en aan constructivisme. In de jaren negentig evolueren deze sculpturen tot site-specifieke installaties waarin reflecties van glas of spiegels steeds belangrijker worden. De omgevende ruimte wordt weerspiegeld, veranderende lichtcondities en bewegende bezoekers creëren een visuele dynamiek. Het werk wordt minder statisch en plooit zich meer en meer open naar de omgeving. Wanneer Thomaes projecties (licht, dia, video) toevoegt, ontstaat er een complex spel waarin de waarnemer van de ruimte, de ruimte van de waarnemer en hun interacties gethematiseerd worden. Ruimte, licht en lichamen definiëren ook haar huidige onderzoeks- en werkterrein. De sculpturale objecten van weleer zijn haast volledig gedematerialiseerd tot de enscenering van interactieve processen. Voor In-Between construeert Thomaes een tijdelijke omgeving die in het teken staat van waarnemen en waargenomen worden. Daarbij tracht ze een aantal conventionele grenzen te doorbreken: die tussen kunstwerk en toeschouwer, die tussen binnen en buiten, die tussen omgeving en kunstwerk. Door een reeks glaspanelen tegen de achterwand van de ruimte te plaatsen wordt deze opgelost in een spel van reflecties. Het ‘buiten’ wordt naar binnen getrokken en omgekeerd. Deze reflectie wordt gefilmd en geprojecteerd in de aanpalende zon. In een andere ruimte zien we de rechtstreekse weergave van het straatbeeld. Tussen beide zones in bewegen de bezoekers in een voor de rest lege omgeving: samen met het straatbeeld genereren zij het schouwspel van de reflecties en de projecties. Twee lichtkranten vormen een link tussen de openbare ruimte en de tentoonstellingsruimte. De constante stroom van woorden (en hun reflectie) genereert zowel beelden als ideeën. Als een partituur bij een bespiegeling van de architectuur.

Johan Pas, Antwerpen-Ekeren, april 2009



installations